AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT - C.C. van Dam

________________________________________

 

15     BIJZONDERE RECHTSBETREKKINGEN

 

15.2  Zorgplicht jegens kinderen

 

1506 Scholen jegens leerlingen

 

Op scholen en daaraan verwante instellingen rust de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van hun leerlingen. De omvang van de uit deze verantwoordelijkheid voortvloeiende zorgplicht hangt in belangrijke mate af van de leeftijd van het kind en de aard van de school.

 

Een school dient niet alleen te zorgen voor behoorlijk onderwijs maar ook voor de veilig­heid van het kind. Ten aanzien van deze zorgplicht is de voor de hand liggende regel dat hoe jonger het kind is, des te meer zorg moet worden be­tracht.

 

Dit uitgangspunt kan met twee zaken worden geïllustreerd. In Enge­land werd een kleu­ter­school aansprakelijk gehouden voor het enkele minuten te vroeg naar huis sturen van een kind, dat kort daarna bij het oversteken van een drukke weg gewond raakte. Dat zou niet gebeurd zijn indien het kind op tijd naar huis zou zijn gestuurd: de moeder had het dan bij de school kunnen opvangen.[38] In een Nederlandse zaak werd de vraag of een leraar van een middelba­re school tijdens een schooluitstapje een zeventien-jarige leerling had moeten waarschuwen om niet in een ondiep ven te duiken ontkennend beant­woord.[39] In dit laatste geval is in het algemeen van belang in hoeverre leerlingen geacht kun­nen worden op de hoogte te zijn van dergelijke risico's.

 

Op 9 oktober 2000 wees de Utrechtse rechtbank vonnis in strafzaken tegen een school en een zwembad in Nieuwegein naar aanleiding van het verdrinken van een 7-jarige jongen tijdens het schoolzwemmen. De overwegingen van de strafkamer over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de school en het zwembad gelden ook in de civielrechtelijke verhoudingen: ‘Duidelijk is dat het zwembad een bijzondere zorgplicht heeft te vervullen jegens de scholen en de bij die scholen behorende kinderen gedurende het te geven zwemonderricht. De school is daarmee echter niet ontslagen van de verplichting de veiligheid van de leerlingen voldoende te waarborgen, nu deze zwemlessen zich onder schooltijd afspelen. (…). Overleg tussen de school en het zwembad omtrent invulling van de les en de invulling van het toezicht had derhalve vooraf moeten plaatsvinden.’

 

Hoewel de zorgplicht van de school ten aanzien van oudere leerlingen beperkt is, kunnen wel hoge eisen worden gesteld aan de veiligheid bij gevaarlijke activiteiten zoals het verrichten van chemische proeven: '... la mise en jeu de la responsabilité des profes­seurs n'est pas subordonnée au degré de l'enseignement qu'ils donnent; elle est liée au devoir de surveillance qui leur incombe en contrepartie de l'autorité que leur confèrent leurs fonctions; il en est ainsi lorsqu'un professeur supérieur dispense un enseignement comportant l'accomplissment d'actes dangereux, comme c'est le cas de travaux pratiques de chimie'.[40] In een Nederlandse zaak ging het om een 17-jarige leerling, die na een demonstratie op een open dag op school chemicaliën meenam, die later bij vermenging een ontploffing teweeg brachten; de jongen liep ernstig blijvend letsel op. Het hof beslis­te, dat de school tijdens de open dag onvoldoende toezicht had gehouden op de toegang tot het 'proeflokaal'; de eigen schuld van de leerling werd op 20% bepaald.[41]

 

Veiligheidsplichten bij gevaarlijke activiteiten rusten vanzelfsprekend niet alleen op middelbare scholen maar ook op hogescholen en universitaire instellingen. Op deze instellingen rust echter geen verplichting om toezicht te houden op het privé-leven van haar studenten, teneinde te voorkomen dat zij worden verleid, dat zij omgaan met crimi­nelen of dat zij verslaafd raken aan verdovende middelen; dat geldt zelfs in de Verenigde Staten van Amerika.[42] Wel werd in een andere Amerikaanse zaak een onderwijsinstelling aansprakelijk gehouden voor de schade van (de nabestaanden van) een leerling, die in grote hitte werd onderworpen aan een zware looptraining, als gevolg daarvan bewusteloos neerviel en niet meer bijkwam.[43]

 

Dient een school ten behoeve van een leerling een ongevallenverzekering af te sluiten? In een Engelse zaak werd aangenomen dat dit niet het geval is; de school behoefde de ouders evenmin te adviseren om dit zelf te doen.[44] Dat lijkt mij ook voor Nederland te gelden: hoewel scholen veelal wel een ongevallenverzekering ten behoeve van leerlin­gen aflsuiten, zijn zij niet verplicht om dit te doen. Voor zover er sprake is van een gewoonte zal op de school jegens de ouders wel een informatieplicht rusten indien zij van die gewoonte afwijkt.

 

Zie over de veiligheid van het schoolgebouw nr. 1203 en nr. 1210 (Rekening houden met fouten van jeugdige bezoekers). Zie over de ver­plichtingen van de school bij sportlessen nr. 1519 (Zorgplichten bij niet-contactsporten).

 

38. Barnes v. Hants C.C. (1969) 1 WLR 1563 (H.L.).

39. HR 23 mei 1975, NJ 1976, 24 (Putven). Zie ook Rb. Breda 28 november 1995, NJK 1996, 10 (Van Roessel/Katholieke Plattelandsjongeren), waarover nr. 1519 (Zorgplichten bij niet-contactsporten).

40. Civ. 2e 15 april 1961, Bull. civ. II, no 276. Zie voor zorgplichten in het kader van ‘club de vacances’: Civ. 1re 25 maart 1987, D. 1987. IR. 144; Civ. 1re 28 april 1993, Bull. civ. I, no 152; Crim. 1 juli 1997, D. 1997. IR. 212.

41. Hof 's-Hertogenbosch 15 april 1992 (Der­wig/Ker­sten-SKVOM), NJ 1994, 760.

42. Hegel v. Langsam 273 NE 2d 351 (1971).

43. Mogabgaf v. Orleans Parish School Board 239 So. 2d 456.

44. Van Oppen v. Bedford School (1990) 1 WLR 235. Zie voorts Common­wealth v. Intro­vigne (1982) 150 CLR 258. Marke­sinis and Deakin, Tort Law (1999), p. 138-139. Winfield and Jolowicz on Tort (1994), p. 103.

 

Naar boven    Inhoud      Home