15 BIJZONDERE
RECHTSBETREKKINGEN
15.2 Zorgplicht jegens kinderen
Op
scholen en daaraan verwante instellingen rust de verantwoordelijkheid voor de
veiligheid van hun leerlingen. De omvang van de uit deze verantwoordelijkheid
voortvloeiende zorgplicht hangt in belangrijke mate af van de leeftijd van het kind en de aard van
de school.
Een
school dient niet alleen te zorgen voor behoorlijk onderwijs maar ook voor de veiligheid
van het kind. Ten aanzien van deze zorgplicht is de voor de hand liggende regel
dat hoe jonger het kind is, des te meer zorg moet worden betracht.
Dit
uitgangspunt kan met twee zaken worden geïllustreerd. In Engeland werd een
kleuterschool aansprakelijk gehouden voor het enkele minuten te vroeg naar
huis sturen van een kind, dat kort daarna bij het oversteken van een drukke weg
gewond raakte. Dat zou niet gebeurd zijn indien het kind op tijd naar huis zou
zijn gestuurd: de moeder had het dan bij de school kunnen opvangen.[38] In een
Nederlandse zaak werd de vraag of een leraar van een middelbare school tijdens
een schooluitstapje een zeventien-jarige leerling had moeten waarschuwen om
niet in een ondiep ven te duiken ontkennend beantwoord.[39] In dit laatste
geval is in het algemeen van belang in hoeverre leerlingen geacht kunnen
worden op de hoogte te zijn van dergelijke risico's.
Op
9 oktober 2000 wees de Utrechtse rechtbank vonnis in strafzaken tegen een school en een zwembad in Nieuwegein naar aanleiding van het
verdrinken van een 7-jarige jongen tijdens het schoolzwemmen. De overwegingen
van de strafkamer over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de school en
het zwembad gelden ook in de civielrechtelijke verhoudingen: ‘Duidelijk is dat
het zwembad een bijzondere zorgplicht heeft te vervullen jegens de scholen en
de bij die scholen behorende kinderen gedurende het te geven zwemonderricht. De
school is daarmee echter niet ontslagen van de verplichting de veiligheid van
de leerlingen voldoende te waarborgen, nu deze zwemlessen zich onder schooltijd
afspelen. (…). Overleg tussen de school en het zwembad omtrent invulling van de
les en de invulling van het toezicht had derhalve vooraf moeten plaatsvinden.’
Hoewel
de zorgplicht van de school ten aanzien van oudere leerlingen beperkt is,
kunnen wel hoge eisen worden gesteld aan de veiligheid bij gevaarlijke
activiteiten zoals het verrichten van chemische proeven: '... la mise en jeu de
la responsabilité des professeurs n'est pas subordonnée au degré de
l'enseignement qu'ils donnent; elle est liée au devoir de surveillance qui leur
incombe en contrepartie de l'autorité que leur confèrent leurs fonctions; il en
est ainsi lorsqu'un professeur supérieur dispense un enseignement comportant
l'accomplissment d'actes dangereux, comme c'est le cas de travaux pratiques de
chimie'.[40] In een Nederlandse zaak ging het om een 17-jarige leerling, die na
een demonstratie op een open dag op school chemicaliën meenam, die later bij
vermenging een ontploffing teweeg brachten; de jongen liep ernstig blijvend
letsel op. Het hof besliste, dat de school tijdens de open dag onvoldoende
toezicht had gehouden op de toegang tot het 'proeflokaal'; de eigen schuld van
de leerling werd op 20% bepaald.[41]
Veiligheidsplichten
bij gevaarlijke activiteiten rusten vanzelfsprekend niet alleen op middelbare
scholen maar ook op hogescholen en universitaire instellingen. Op deze
instellingen rust echter geen verplichting om toezicht te houden op het
privé-leven van haar studenten, teneinde te voorkomen dat zij worden verleid,
dat zij omgaan met criminelen of dat zij verslaafd raken aan verdovende
middelen; dat geldt zelfs in de Verenigde Staten van Amerika.[42] Wel werd in
een andere Amerikaanse zaak een onderwijsinstelling aansprakelijk gehouden voor
de schade van (de nabestaanden van) een leerling, die in grote hitte werd
onderworpen aan een zware looptraining, als gevolg daarvan bewusteloos neerviel
en niet meer bijkwam.[43]
Dient
een school ten behoeve van een leerling een ongevallenverzekering af te
sluiten? In een Engelse zaak werd aangenomen dat dit niet het geval is; de
school behoefde de ouders evenmin te adviseren om dit zelf te doen.[44] Dat
lijkt mij ook voor Nederland te gelden: hoewel scholen veelal wel een
ongevallenverzekering ten behoeve van leerlingen aflsuiten, zijn zij niet
verplicht om dit te doen. Voor zover er sprake is van een gewoonte zal op de
school jegens de ouders wel een informatieplicht rusten indien zij van die
gewoonte afwijkt.
Zie
over de veiligheid van het schoolgebouw nr. 1203 en nr. 1210 (Rekening
houden met fouten van jeugdige bezoekers). Zie over de verplichtingen van de school bij sportlessen nr. 1519
(Zorgplichten bij niet-contactsporten).
38. Barnes v. Hants C.C. (1969) 1 WLR
1563 (H.L.).
39. HR 23 mei 1975, NJ 1976, 24 (Putven). Zie ook Rb. Breda 28
november 1995, NJK 1996, 10 (Van Roessel/Katholieke Plattelandsjongeren),
waarover nr. 1519
(Zorgplichten bij niet-contactsporten).
40. Civ. 2e 15 april 1961, Bull. civ.
II, no 276. Zie voor zorgplichten
in het kader van ‘club de vacances’: Civ. 1re 25 maart 1987, D. 1987. IR. 144; Civ.
1re 28 april 1993, Bull. civ. I, no 152; Crim. 1 juli 1997, D. 1997. IR. 212.
41. Hof 's-Hertogenbosch 15 april 1992 (Derwig/Kersten-SKVOM), NJ
1994, 760.
42. Hegel v. Langsam 273 NE 2d 351 (1971).
43. Mogabgaf v. Orleans Parish School
Board 239 So. 2d 456.
44. Van Oppen v. Bedford School (1990) 1 WLR 235. Zie voorts
Commonwealth v. Introvigne (1982) 150 CLR 258. Markesinis and Deakin, Tort
Law (1999), p. 138-139. Winfield and Jolowicz on Tort (1994), p. 103.