AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT - C.C. van Dam

________________________________________

 

14     AANSPRAKELIJKHEID VOOR PERSONEN

 

14.3  Aansprakelijkheid voor psychiatrische patiënten en gevangenen

 

1409 Psychiatrische patiënten

 

Een toezichthouder van een psychiatrische patiënt (ziekenhuis, familielid) dient maatregelen te nemen om te voorkomen dat deze aan derden schade toebrengt. Deze verplichting wordt met name begrensd door de grondrechten van de patiënt en door diens medisch-therapeutische belangen.

 

Op een toezichthouder, bijvoorbeeld een ziekenhuis, een tehuis of een familielid, rust de plicht om voldoende toezicht te houden op een psychiatrische patiënt, indien de mogelijk­heid bestaat dat deze schade aan derden zal toebrengen. De omvang van deze plicht wordt be­paald door ener­zijds de risico's die de patiënt, gezien de aard van zijn stoornis, voor derden veroorzaakt en anderzijds de bezwaarlijkheid van voorzorgsmaatre­gelen (nr. 802: Afwegingsproces). Bij dit laatste kan in het bijzonder worden gedacht aan het recht op bewegings­vrij­heid van de patiënt (zie art. 15 Gw, art. 5 EVRM en art. 9 IVBPR) en aan medisch-therapeu­tische belangen. Voorts is vereist dat het risico dat de patiënt voor derden veroorzaakt voor de toezicht­houder kenbaar is. Bij de beoordeling hiervan kan een even­tuele professi­onele status van de toezichthouder een belangrijke rol spelen bij het toereke­nen van psychiatrische kennis (nr. 913).

 

Deze problematiek aan de orde in 't Ruige Veld-arrest. De 13-jarige Wendelien was binnen enkele dagen een aantal keren weggelopen uit het kinder- en jeugdpsychiatrisch ziekenhuis 't Ruige Veld. Eén maal had zij daarbij gevaar voor derden veroorzaakt door een hek open te laten staan waardoor paarden konden ontsnappen. 't Ruige Veld nam desondanks geen extra voorzorgsmaatregelen. Kort daarna ontsnapte het meisje opnieuw en stichtte brand in een woning. De opstalverzekeraar vergoedde de schade en nam re­gres op het ziekenhuis. De Hoge Raad overwoog dat degene die in het kader van de behandeling van psychiatrische patiënten '... het toezicht over hen heeft aanvaard, gehou­den is zoveel als redelijkerwijs mogelijk erop toe te zien dat zij derden (of zichzelf) geen schade toebrengen. Hoever dit toezicht behoort te gaan en welke maatregelen ter voorkoming van het toebrengen van schade aan derden (of aan het kind zelf) de toezichthouder behoort te nemen, hangt af van de bijzonderheden van het gegeven geval, waarbij van belang zijn enerzijds de grondrechten van het kind en de aan zijn behandeling uit me­disch oogpunt te stellen eisen en anderzijds de grootte van de kans dat het derden (of zichzelf) schade zal toebrengen.'[45] Aangenomen moet worden dat dit criterium naar hui­dig recht geldt bij patiënten van alle leeftijden en dus ook bij volwassenen.[46] Zie over dit arrest ook nr. 806 Waarschijnlijkheid van wat?

 

Tot welke maatregelen een psychiatrisch ziekenhuis gehouden is, kwam ook aan de orde in HR 16 juni 2000 (Sint Willibrord), J@ 2000-97, NJ 2000, 584, nt. CJHB, VR 2000, 189, nt. dBK. Een vrijwillig opgenomen patiënt verbleef de nacht voor zijn ontslag buiten de inrichting. Hij kwam die nacht, na een telefonisch contact, naar de inrichting waar hij met het verpleegkundig nachthoofd en twee andere verpleegkundigen sprak. Hij was dronken en gaf te kennen terug te willen naar zijn hotel. De verpleegkundigen stelden vast dat hij een sleutel van zijn hotelkamer had en een bewijs van inschrijving en betaling. Hij vertrok per taxi maar ging niet naar het ingeschreven hotel. Vervolgens stak hij een huis in brand. De eigenaar hiervan leed daardoor schade die slechts gedeeltelijk door een verzekering werd gedekt en stelde daarvoor Sint Willibrord aansprakelijk.

 

Het Hof oordeelde, dat er in Sint Willibrord geen geschreven regels bestonden met betrekking tot een eventuele verplichting om in voorkomende gevallen de dienstdoende psychiater te raadplegen. Er gold echter wel een ongeschreven beleidsregel die inhield dat bij alle wezenlijke beoordelingskwesties en behandelbeslissingen in nieuwe, niet door de psychiater in het beleid vastgelegde situaties, door de verpleging overlegd moest worden met de dienstdoende psychiater (r.o. 3.12). Op grond van ingewonnen deskundigenberichten stelde het hof vast, dat voldoende aannemelijk is geworden dat in casu niet de verpleging maar de arts de aangewezen instantie was om te beoordelen of de patiënt mocht vertrekken of niet (r.o. 3.17). De verpleging van Sint Willibrord heeft, door de patiënt te laten vertrekken, niet gehandeld met de zorgvuldigheid die van redelijk handelend verpleegkundigen in de gegeven omstandigheden mocht worden verwacht (r.o. 3.18). Dit oordeel van het Hof werd in cassatie niet bestreden. Dat gold wel voor ‘s Hofs oordeel omtrent het causaal verband tussen het handelen van de verpleegkundigen en de brand; zie nr. nr. 810: Bewijslast causaliteit).

 

Risico-aansprakelijkheid voor de toezichthouder[47] is bij de invoering van het BW afgewezen. De minister vond het '... eenvoudiger en effici­nter dat de patiënt zelf aansprakelijk is en dat de omgeving van de patiënt er op toeziet dat deze aansprakelijkheid duurzaam verzekerd is. Aldus kan ook beter het gevaar van dubbele en daardoor onnodig dure verzekering worden vermeden.'[48] Of dit inderdaad een voldoende sluiten­de oplossing biedt, staat nog te bezien. Intussen valt met belangstelling kennis te nemen van de Franse ontwikkelingen op dit gebied waar de rechtspraak wel een algemene risico-aanspra­kelijkheid voor toezichthouders heeft gecreëerd (nr. 220: Algemene risico-aansprakelijkheid voor personen). Bij een risico-aansprakelijkheid is de mate van zorg niet meer relevant en behoeft de rechter zich dus niet meer te bege­ven in de heikele waarde­ring van bijvoorbeeld medisch-therapeutische belangen, zoals de rechter in het kader van art. 6:169 lid 1 thans ook niet meer de belangen van het kind bij een met de leeftijd toenemend recht op bewegingsvrijheid behoeft mee te wegen. Voorwaarde voor een risico-aansprakelijkheid van de toezicht­houder is uiteraard wel, dat op redelijke voorwaarden een aansprakelijkheidsverzekering kan wor­den verkre­gen.

 

Indien zeggenschap over de gedragingen van de patiënt ontbreekt, kan er sprake zijn van een plicht om derden te waarschuwen. Dit kwam aan de orde in een Californische zaak, waarin het ging om een psychiatri­sche patiënt die zijn psychiater vertelde dat hij van plan was om zijn vroegere vriendin te vermoor­den. De psychiater waarschuw­de het meisje niet en zij werd later inderdaad door de patiënt vermoord. Het Californi­sche Supreme Court achtte de psy­chiater jegens de ouders van het meisje aansprakelijk, omdat er een nauwe relatie bestond tussen de psychiater enerzijds en de patiënt en het meisje ander­zijds.[49] In het verlengde hiervan kan worden aangenomen, dat een arts in beginsel verplicht is om de partner in te lichten van iemand die met het HIV-virus is besmet, indien de arts reden heeft om aan te nemen dat de partner daarvan niet op de hoogte is.[50]

 

Zie voorts hetgeen in nr. 1512: Psychiatrische ziekenhuizen, wordt opgemerkt over de zorgplicht van de toezicht­houder teneinde psychiatrische patiënten tegen zichzelf te beschermen; deze opmerkingen zijn vrijwel steeds toepasselijk op de verplichtingen van de toezichthouder om derden tegen de schadelijke gedragingen van de patiënten te beschermen.

 

45. HR 12 mei 1995 (’t Ruige Veld/Univé), NJ 1996, 118, nt. JdB. Zie ook Hof Leeuwarden 5 juni 1991 (Hoeve Boschoord/Nationale Nederlanden), NJ 1992, 78.

46.Zie ook Hof 's-Gravenhage 19 september 1990 (Altenaar/Sancta Maria), NJ 1991, 502: psychia­trisch ziekenhuis niet aansprakelijk voor mishandeling van verpleegkundige door patiënt; Ktg. Wageningen 13 september 1989 (Sluiter/CVGZ), VR 1990, 88: psychiatrisch ziekenhuis wegens onvoldoende toezicht aansprakelijk voor schade bij joyriding door vluchtge­vaarlijke patiënt.

47. Schoonenberg, NJB 1985, p. 1081-1082.

48. Parl. Gesch. Inv. Boek 6, p. 1353.

49. Tarasoff v. University of California (1976) 17 Cal. (3d) 425; zie ook nr. 1410.

50. Zie ook Richard O'Dair, Liability in Tort for the Transmission of A.I.D.S., CLP 1990, p. 219-246.

 

Naar boven    Inhoud      Home