AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT - C.C. van Dam

________________________________________

 

13     AANSPRAKELIJKHEID VOOR ROERENDE ZAKEN

 

13.5  Motorrijtuigen

 

1310 Internationaal perspectief

 

Terwijl in alle continentale rechtsstelsels verscherpte vormen van aansprakelijkheid bestaan voor schade die in het wegverkeer wordt toegebracht, geldt in Engeland op dit gebied nog altijd niet meer dan de klassieke foutaansprakelijkheid.

 

Hoewel het wegverkeer de laatste decennia een sterk grensoverschrijdend karakter heeft gekregen, worden nog altijd bij iedere grensovergang de aansprakelijkheidsregels gewisseld.[57] Voor het toepasselijke recht op grensoverschrijdende verkeersongevallen is het Haags Verkeersongevallenverdrag (Hague Convention of 4 May 1971 on the Law Applicable to Traffic Accidents) van belang.

 

De meest vergaande regels gelden sinds 1986 in Frankrijk waar alle verkeersdeelne­mers in beginsel recht hebben op vergoeding van hun schade indien deze is ontstaan bij een ongeluk waarbij een motorrij­tuig was betrokken. De ‘gardien’ of de bestuurder kan zich ter bevrijding van zijn verplichting tot schadevergoeding jegens andere personen dan bestuurders slechts beroepen op opzet of een ‘faute inexcusable’; dat laatste is zelfs niet mogelijk jegens personen tot 16 jaar, vanaf 70 jaar en zij die reeds voor het ongeval voor 80% invalide waren. De ‘gardien’ of de bestuurder is in beginsel ook aansprakelijk jegens bestuurders van motorrijtuigen maar de schadevergoedingsplicht vervalt of wordt vermin­derd indien er bij de benadeelde bestuurder sprake is van een ‘faute’ (nr. 217: Verkeersaansprakelijkheid (‘loi Badinter’)).

 

België kent sinds 1995 een vergoedingssysteem voor verkeersschade dat grotendeels de Franse regels volgt. Hierin rust op de WAM-ver­zekeraar van de bestuurder of houder van een bij een verkeersongeval betrokken mo­torrijtuig een vergoe­dingsplicht jegens fiet­sers, voetgangers en passagiers. Ook hier geldt als enige verweermiddel tegen de vergoe­dingsplicht dat de gedraging van de benadeelde opzet of een onverschoonbare fout ople­verde. Van een onverschoonbare fout kan geen sprake zijn bij kinderen die de leeftijd van veertien jaar nog niet hebben bereikt. Voor bestuurders van motorrijtuigen geldt geen bijzondere bescherming (nr. 309: Vergoeding van schade door motorrijtuigen).

 

De Duitse regeling van § 7 StVO bestaat al sinds 1909 en houdt in dat de houder aansprakelijk is voor de schade die het gevolg is van het ‘Betriebsgefahr’ van zijn motor­rijtuig, tenzij hij kan aantonen dat er sprake is van een ‘unabwendbares Ereignis’. Hiervan is sprake indien het ongeval is veroorzaakt door de benadeelde, een derde of een dier en zowel de houder als de bestuurder alle vereiste zorgvuldigheid hebben betracht. Het toe­passingsgebied van § 7 StVO is niet beperkt tot ongevallen met ongemotoriseerde ver­keersdeelnemers (zoals in Nederland bij art. 185 WVW het geval is). Het is op grond van deze bepaling niet mogelijk om smartengeld vergoed te krijgen; bovendien gelden limieten voor de hoogte van de schadevergoeding (nr. 420).

 

Het Engelse recht kent geen bijzondere regels voor de vergoeding van schade in het wegverkeer. Hier dient de schade nog op klassieke wijze te worden gevorderd op basis van onzorgvuldig gedrag van de andere verkeersdeelnemer. De benadeelde is daarmee grotendeels afhankelijk van de welwillendheid van de rechter bij het vaststellen van de feiten (nr. 503 en 521).

 

De conclusie uit het bovenstaande kan niet anders zijn dan dat de vergoeding van ver­keersschade in de verschillende rechtsstelsels sterk uiteenloopt. Ook in Frankrijk, België en in de toekomst Nederland, die zich in beginsel op dezelfde leest schoeien wor­den de uitgangspunten op uiteenlo­pende wijze vormgegeven. Slechts op een enkel onder­deel is dit anders, zoals bij het begrip betrokkenheid (implication). Zonder dat aansprakelijk­heidsregels eenvoudigweg gekopieerd behoeven worden, zou het op dit ter­rein toch aan­beve­ling verdienen om een grotere aansluiting bij elkaars ideeën en jurisprudentie na te streven.

 

57. Zie uitvoeriger De Haas en Hartlief, Verkeersaansprakelijkheid (1998) en Engelhard en Van Maa­nen, Aansprakelijkheid voor verkeersongevallen (1998).

 

Naar boven    Inhoud      Home