AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT - C.C. van Dam

________________________________________

 

13     AANSPRAKELIJKHEID VOOR ROERENDE ZAKEN

 

13.1  Inleiding

 

1301 Internationaal perspectief

 

Risico-aansprakelijkheid voor roerende zaken is internationaal gezien in de twintigste eeuw een ingeburgerd verschijnsel geworden. Alle landen kennen een risico-aansprakelijkheid voor dieren en voor gebrekkige producten en de meeste landen ook voor motorrijtuigen. De laatste decennia is de risico-aansprakelijkheid voor milieuverontreiniging en gevaarlijke stoffen in opkomst.

 

In dit hoofdstuk gaat het om de aansprakelijkheid voor roerende zaken, waarbij zowel de vormen van risico-aansprakelijkheid als van foutaansprakelijkheid aan de orde komen. In deze inleiding wordt aangegeven dat dit terrein een gevarieerd beeld laat zien. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de regels die voor afzonderlijke catego­rieën roerende zaken gelden, zoals gevaarlijke stoffen (§ 13.2), dieren (§ 13.3), produk­ten (§ 13.4), motorrijtuigen (§ 13.5) en overige roerende zaken (§ 13.6).

 

De oudste en in alle landen geldende risico-aansprakelijkheid is die voor dieren; zij bestaat zowel in Frankrijk (nr. 216: Vereisten en verweren), België (nr. 310), Duitsland (nr. 418), Enge­land (nr. 522) als Nederland (nr. 1305).[1] De meest recente vorm van risico-aansprakelijkheid die deze landen gemeen hebben is die voor gebrek­kige produkten op grond van de geïmplemen­teerde EG-richtlijn (nr. 1306: Risico-aansprakelijkheid: artikelen 6:185 e.v. BW).

 

Voor motorrijtuigen bestaan verscherpte aansprakelijkheden in uiteenlopende vormen: Frankrijk (nr. 217: Verkeersaansprakelijkheid: ‘loi Badinter) en België (nr. 309: Vergoeding van schade door motorrijtuigen) gaan daarin het verste, op de voet gevolgd door Duitsland (nr. 420) en daarna Nederland (nr. 1307: Toepassingsvoorwaarden; nr. 1308: Overmacht en eigen schuld); Engeland kent op dit punt in het geheel geen vorm van risico-aansprakelijk­heid (nr. 521).

 

Voor wat betreft gewone roerende zaken kent Frankrijk als enige land een algemene risico-aansprakelijkheid (nr. 215: Rechtsontwikkeling); in België (nr. 306) en Nederland (nr. 1314-1315) bestaat slechts een algemene risico-aansprakelijkheid voor gebrekkige roerende zaken.

 

De aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen die Nederland kent (nr. 1303: Risico-aansprakelijkheid: artikel 6:175 BW), vindt in een andere constructie een parallel in een aantal Duitse risico-aansprakelijkheden voor ‘Anlagen’ (nr. 419: Risico-aansprakelijkheid: ‘Gefährdungshaftung’) en ook, met enige goede wil, in de Engelse ‘Rule in Rylands v. Fletcher’ (nr. 521).­

 

Bij deze vormen van risi­co-aansprakelijkheid gaat het vrijwel steeds om creaties van de wetgever. De belangrijkste uitzonderingen zijn de zelfstandige betekenis die de Franse en Belgische rechter, overigens tegen de bedoeling van de wetgever, hebben gegeven aan art. 1384 al. 1 (nr. 215: Rechtsontwikkeling) en art. 1384 lid 1 (nr. 306).

 

De bijzondere regels variëren van een scherpe risico-aansprake­lijkheid met beperkt overmacht­verweer tot een milde risico-aanspra­kelijkheid voor de aanwezigheid van een gebrek. Deze laatste vorm van aansprakelijkheid verschilt niet veel van de foutaan­sprake­lijkheid: het gebrekkigheids­crite­ri­um stemt grotendeels overeen met het onrechtmatig­heids­criterium; het belangrijkste onderscheid ligt in het ecarteren van het toerekenings­vereiste (nr. 1002).

 

De creatie van risico-aansprakelijkheden voor roerende zaken concentreerde zich in de eerste en de laatste decennia van de twintigste eeuw. In de eerste decennia werd gereageerd op de gevolgen van de industriële revolutie (de veiligheid van de arbeids­plek) en de komst van het motorrijtuig. In de laatste twee decennia van de twintigste eeuw ston­den, naast een uitbreiding van de verkeersaansprakelijkheid in Frankrijk en België, met name risico-aansprakelijkheden voor gebrekkige produkten en, in Duits­land en Ne­derland, voor milieu­verontreiniging en gevaarlijke stoffen centraal.

 

1. Von Bar, Gemeineuropäisches Deliktsrecht (1996), N 208-222.

 

Naar boven    Inhoud      Home