________________________________________
1101 Kwalitatieve fout- en risico-aansprakelijkheid
Kwalitatieve aansprakelijkheid is
aansprakelijkheid op grond van een speciale relatie met een zaak (onroerend of
roerend) of een persoon (dader of slachtoffer). Zij is niet alleen van belang
bij risico-aansprakelijkheid maar ook bij foutaansprakelijkheid. Deze
kwalitatieve aansprakelijkheid is het thema van Deel III.
Het
vorige deel bevatte een analyse van de foutaansprakelijkheid (de toerekenbare
onrechtmatige daad) en haar verhouding tot de risico-aansprakelijkheid. Tegen
de achtergrond daarvan gaat het in dit Deel III om de kwalitatieve
aansprakelijkheid: de aansprakelijkheid op grond van iemands kwaliteit als
toezichthouder op zaken en op personen. Kwalitatieve aansprakelijkheid is met
andere woorden de aansprakelijkheid op grond van een speciale relatie die
iemand heeft met die zaken of personen. Deze aansprakelijkheid kan zowel op
fout als op risico zijn gebaseerd.
Naast
deze inleiding bestaat dit deel uit vijf hoofdstukken: Hoofdstuk 12 gaat over
aansprakelijkheid voor onroerende zaken, Hoofdstuk 13 over aansprakelijkheid
voor roerende zaken, Hoofdstuk 14 over aansprakelijkheid voor personen en
Hoofdstuk 15 over aansprakelijkheid binnen bijzondere rechtsbetrekkingen. In
Hoofdstuk 16 komt de aansprakelijkheid voor 'zuiver' nalaten aan de orde.
De
kwalitatieve aansprakelijkheid voor personen en zaken is allereerst bekend uit
de regels van risico-aansprakelijkheid. Deze regels worden veelal vastgeknoopt
aan een bepaalde kwaliteit, zoals die van bezitter of bedrijfsmatige gebruiker
van een roerende of onroerende zaak (art. 6:173-179), producent (art. 6:185
e.v.), eigenaar of houder van een motorrijtuig (art. 185 WVW), ouder/voogd,
werkgever, opdrachtgever en vertegenwoordigde (art. 6:169-172). In andere
rechtsstelsels gelden bij risico-aansprakelijkheid soortgelijke constructies (nr. 1201:
Internationaal perspectief, nr. 1301:
Internationaal perspectief en nr. 1401:
Internationaal perspectief).
Niet
alleen bij risico-aansprakelijkheid maar ook bij foutaansprakelijkheid is de
kwaliteit van de aansprakelijke persoon van belang. Het gaat hierbij niet alleen
om de relativiteit van de norm aan de zijde van de benadeelde (nr. 705, nr. 706: Relatieve
aansprakelijkheid: psychische schade en vermogensschade en 830) maar ook om de relativiteit daarvan
aan de zijde van de aansprakelijke persoon. Met andere woorden: aansprakelijkheidsnormen
beschermen niet iedereen en zij rusten niet op iedereen. Dit blijkt in het
bijzonder uit het Broodbezorger-arrest. De vier- en vijfjarige Trudy en
Maurice Heddema hadden gezien dat er een touwtje over het pad naar de voordeur
van hun ouderlijk huis hing maar zij hadden het touwtje niet zelf opgehangen.
De vraag was of zij de broodbezorger die erover struikelde desondanks hadden
moeten waarschuwen. De Hoge Raad vond van niet. In de eerste plaats was de
ernst van het risico niet tot hun bewustzijn doorgedrongen en ten tweede was
er voor hen geen sprake '... van bijzondere verplichtingen tot zorg en
oplettendheid zoals kunnen voortvloeien uit een speciale relatie met het
slachtoffer of met de plaats waar de gevaarssituatie zich voordoet'.[1]
Volgens de Hoge Raad bestaat er dus voor kinderen ten opzichte van het eigen
erf geen bijzondere verplichting tot zorg en oplettendheid (nr. 1205).
Aansprakelijkheid
voor nalaten komt derhalve pas aan de orde indien er sprake is van een speciale
relatie. Uit hetgeen op dit punt in andere landen geldt, kan worden afgeleid
dat er niet alleen, zoals de Hoge Raad leert, sprake kan zijn van een speciale
relatie met de onroerende zaak waar het risico zich manifesteert of met
het slachtoffer maar ook met de roerende zaak of met de dader
die de bron van het risico vormen (nr. 210, nr. 406 en nr. 511-512). Zie
uitvoeriger over de aansprakelijkheid voor nalaten nr. 1102.
Het
bestaan van een speciale relatie is niet alleen relevant bij de
aansprakelijkheid voor nalaten. Ook bij aansprakelijkheid voor een doen is een
dergelijke relatie van belang. Zo dient iemand die in een motorrijtuig rijdt
een hogere mate van zorgvuldigheid te betrachten dan wie zich te voet over
straat begeeft (nr. 811).
Kortom:
kwalitatieve aansprakelijkheid speelt over de volle breedte van het
aansprakelijkheidsrecht een belangrijke rol. Daarom is Deel III ingedeeld op
basis van de speciale relaties (kwaliteiten) die hierboven werden aangegeven.
Doordat per relatie zowel risico-aansprakelijkheid als foutaansprakelijkheid
aan de orde komt, ontstaat op elk terrein een samenhangend beeld. Niet alleen
kan op die manier een vergelijking plaatsvinden van de uiteenlopende vormen
van risico-aansprakelijkheid in de diverse rechtsstelsels, ook kan worden
bepaald op welke gebieden risico-aansprakelijkheid niet van toepassing is en
waarop derhalve een vergelijking op basis van foutaansprakelijkheid nuttig is.
Op
wie kwalitatieve risico-aansprakelijkheid rust, wordt veelal door de wet
bepaald. Zo is in Nederland bij de risico-aansprakelijkheid voor zaken gekozen
voor de bezitter of de bedrijfsmatige gebruiker van de zaak. Op wie
kwalitatieve foutaansprakelijkheid rust, hangt steeds af van de omstandigheden
van het geval. Deze persoon wordt in het vervolg steeds aangeduid met de term
toezichthouder; dat is degene die een speciale relatie met een zaak (onroerend
en roerend) of een persoon (dader en slachtoffer) heeft.
Jegens
wie de kwalitatieve aansprakelijkheid geldt, wordt zowel bij risico- als bij
foutaansprakelijkheid bepaald door de omstandigheden van het geval (nr. 705, nr. 706: Relatieve
aansprakelijkheid: psychische schade en vermogensschade en nr. 1102). Bij de aansprakelijkheid voor
onroerende zaken is dat in beginsel de rechtmatige bezoeker (nr. 1209) en bij
roerende zaak bijvoorbeeld wel de medeweggebruiker maar niet de verstekeling (nr.
705 en nr. 1312).
De
rechtvaardiging voor de verantwoordelijkheid van de toezichthouder ligt in zijn
kennis van de risico's die zich kunnen voordoen en in zijn mogelijkheden
(kunde) om deze risico's te voorkomen, op te heffen of te beperken. Bij de potentiële
benadeelde ontbreekt deze kennis en kunde veelal of zal hij op de risico's
onvoldoende attent zijn of kunnen zijn. Naast deze voorsprong in kennis en
kunde, speelt bij een bedrijfsmatige toezichthouder het profijtbeginsel een
rol. Wie uit professionele of commerciële overwegingen van zaken of personen
gebruik maakt en daarvan de lusten geniet zal daarvan eerder de lasten moeten
dragen. Dat leidt naast vormen van risico-aansprakelijkheid ook tot scherpe
zorgplichten, bijvoorbeeld in het kader van art. 7:658 (nr. 1508: Veilige
werkplek).
1. HR 22 november 1974 (Broodbezorger), NJ
1975, 149, nt. GJS, waarover ook nr. 1601.