________________________________________
8 ONRECHTMATIGHEID
8.2.2 Waarschijnlijkheid
808 Ongelukkige samenloop van omstandigheden
Hoewel een kleine
kans op schade in beginsel geen beletsel is om onrechtmatigheid aan te nemen,
ligt dat bijvoorbeeld anders bij schadeveroorzaking in het voetgangersverkeer.
De Hoge Raad gebruikt hierbij echter ten onrechte de terminologie ‘ongelukkige samenloop
van omstandigheden’. Dit verhullende taalgebruik leidt de aandacht van de
kernvraag af.
In het algemeen weerhoudt een kleine kans op
letsel de rechtspraak niet om een aanzienlijke mate van zorg te eisen. Letsel
legt zoveel gewicht in de schaal, dat de rechter ook bij een geringe kans
daarop niet snel aanneemt dat er voldoende zorg is betracht. Dat ligt echter
anders in het voetgangersverkeer.
Bij een bushalte in Katwijk aan Zee versperde
mevrouw Bey voor anderen de toegang tot de gereedstaande bus; toen zij daarop
attent werd gemaakt deed zij, zonder achterom te kijken, een stap achteruit en
botste tegen mevrouw Guyt, die ten val komt en een heup brak. Volgens het Hof
was voor de aansprakelijkheid van mevrouw Bey vereist en de Hoge Raad achtte
dat een juiste maatstaf, dat haar handelwijze rechtens onbehoorlijk was '...
vanwege de mate waarin het de kans schiep dan wel verhoogde dat een ongeval als
het onderhavige plaatsvond; dus als zij met haar handelen meer risico's nam
dan redelijkerwijze verantwoord was. Daarvan is nu geen sprake. (...). Omdat in
het algemeen in een situatie als de onderhavige de kans dat men bij één stap
terug iemand anders omver loopt verwaarloosbaar gering is te achten, moet
i.c., zoals appellante terecht heeft gesteld, van een ongelukkige samenloop
van omstandigheden gesproken worden'.[33]
De onrechtmatigheid ontbrak hier omdat er
sprake was van een te geringe kans op letsel. Wie als autobestuurder een
fractie van een seconde niet oplet, creëert een grotere kans op grotere schade
dan een voetganger in een moment van onachtzaamheid doet. Beslissend is hier
dus ook de aard van de gedraging: het voetgangersverkeer creëert nu eenmaal
een kleinere kans op geringere schade dan het autoverkeer. Om ook in het
voetgangersverkeer aansprakelijk te worden gehouden voor de gevolgen van ieder
moment van enigerlei onoplettendheid, zou inderdaad een stap te ver gaan.
De Hoge Raad maakte in HR 12 mei 2000 (Verhuizing), J@ 2000-56, NJ 2001, 300, nt. JH, VR
2001, 77, sinds lange tijd weer gebruik van de terminologie ‘ongelukkige
samenloop van omstandigheden’ als ‘motivering’ voor het afwijzen van
aansprakelijkheid. Het ging om twee zusters die bij een verhuizing een kast uit
een kelderberging naar een woning op de tweede verdieping sjouwden. Daarbij
maakt de verhuizende zus een verkeerde beweging, waardoor de helpende zus met
haar arm bekneld raakt; de arm moet uiteindelijk gedeeltelijk worden geamputeerd.
De Hoge Raad overwoog dat niet reeds de
enkele mogelijkheid van een ongeval als verwezenlijking van een gevaar dat aan
een bepaald gedrag inherent is, dat gedrag onrechtmatig doet zijn. Zulk
gevaarscheppend gedrag is slechts onrechtmatig indien de mate van
waarschijnlijkheid van een ongeval (het oplopen van letsel door een ander) als
gevolg van dat gedrag zo groot is, dat de dader zich naar maatstaven van
zorgvuldigheid van dat gedrag had behoren te onthouden. Volgens de Hoge Raad
liet de feitelijke toedracht van het ongeval geen andere gevolgtrekking toe dan
dat hier sprake is geweest van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
Het
is onjuist dat de Hoge Raad hier en in andere arresten de terminologie
‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’ gebruikte.[34] Deze kwalificatie
gaat immers voor de meeste ongelukken op; zij is dus geen criterium maar
hooguit een conclusie nadat is vastgesteld dat er niet onrechtmatig is gehandeld.
In die zin bevindt de terminologie zich op hetzelfde niveau als het begrip
risico-aanvaarding, dat de Hoge Raad sinds 1991 in de ban heeft gedaan.[35]
Werd de benadeelde voorheen vaak geconfronteerd met afwijzing van
aansprakelijkheid op grond van risico-aanvaarding, thans lijkt dat in de
lagere rechtspraak en de rechtspraktijk te gebeuren op grond van een
‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’. Dit is verhullend taalgebruik
waarmee de kernvraag uit het oog wordt verloren, namelijk: nam iemand meer
risico's dan redelijkerwijs verantwoord was?
33. HR 11 december 1987 (Bushalte), NJ 1988, 393, nt. G, VR 1988,
77, nt. vWvC. Zie voor de terminologie 'ongelukkige samenloop van
omstandigheden' ook HR 20 juni 1986 (Schouderduw), NJ 1986, 780 en HR 19
oktober 1990, NJ 1992, 621, nt. CJHB, VR 1991, 21 (Tennisbal), waarover nr.
1517.
34. Na 1990 lijkt alleen de lagere rechtspraak deze terminologie
nog te hanteren; zie bijvoorbeeld Hof 's-Hertogenbosch 30 mei 1994 (Verwey/Van
Dal), NJ 1995, 103: het door het losschieten van het vissnoer ontstane letsel
was het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.
35. HR 28 juni 1991 (Natrap), NJ 1992, 622, nt. CJHB, VR 1992, 34,
waarover nr. 1516.