AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT - C.C. van Dam

________________________________________

 

3        BELGIË

 

3.1    Foutaansprakelijkheid

 

303   Schending wettelijke plicht

 

Vrij algemeen wordt aangenomen, dat een bewuste of vrijwillige schending van een wettelijke norm een fout oplevert, indien die norm een welbepaald gedrag oplegt of verbiedt. Er behoeft dan geen sprake te zijn van onvoor­zichtigheid of onachtzaamheid.

 

Wil de schending van een wettelijke plicht zonder meer een fout in de zin van de art. 1382 en 1383 opleveren, dan is nodig dat de wet een welbepaalde, specifieke gedragsre­gel bevat, in de vorm van een gebod of een verbod en dat de overtreding bewust of vrij­willig is begaan. In een dergelijk geval behoeft niet te worden nagegaan of de veroorza­ker uit onvoorzichtigheid, nalatigheid of zorgeloosheid handelde. Aldus levert de bewuste en vrijwillige overtreding van een strafwet (‘faute pénal’) steeds een fout in de zin van art. 1382 en 1383 (‘faute civil’) op.[14] Indien de wet slechts een bevoegdheid en niet een verplichting in het leven roept, leidt het niet gebruiken van die bevoegdheid niet zonder meer tot de conclusie dat er sprake is van een fout.[15]

 

In een aantal arresten heeft het Hof van Cassatie twijfel gezaaid over de vraag of het nog volledig aan bovenstaande regel vasthoudt. Zo overwoog het Hof in 1982: '... dat, onder voorbehoud van een onoverkomelijke dwaling of een andere oorzaak van vrijstel­ling van aansprakelijkheid, de administratieve overheid een fout begaat wanneer zij een verordening neemt of goedkeurt waarin zij grondwettelijke of wettelijke regels schendt, die haar voorschrijven op een bepaalde wijze niets of wel iets te doen, zodat zij burger­rechtelijk aansprakelijk is als die fout schade veroorzaakt.'[16]

 

Uit dit en latere arresten wordt afgeleid dat de schending van een wettelijk voorschrift niet noodzakelijk een fout oplevert.[17] Dalcq en Schamps veronder­stellen dat deze ontwikkeling zich met name voordoet in gevallen waarin het gaat om de persoonlijke aan­sprakelijkheid van een bestuurder van een vennootschap. Maar ook als deze veronder­stelling juist is, is de rechtszekerheid met deze ontwikkeling niet gediend. Het is namelijk niet duidelijk of en zo ja, welke gevolgen zij heeft voor de stelplicht en bewijslast van de eiser: 'L'exigence de la prévisibilité du dommage se limiterait-elle dès lors au cas spécifique de la responsabilité personnelle des admini­strateurs de société ne respectant pas une norme déterminée? Même s'il en est ainsi, la situation n'est pas favorable à la sécurité juridique puisque tantôt il reviendra au demandeur d'établir que l'agent avait conscience de commettre une faute, tantôt ce sera le défendeur qui devra prouver la cause de justification en raison du renversement traditionnel de la charge de la preuve, en cas d'obligation déterminée.'[18]

 

Ondanks de schending van een wettelijke plicht kan een fout afstuiten op het ontbre­ken van toerekeningsvatbaarheid, daaronder begrepen de aanwezigheid van een rechtvaar­digings­grond (nr. 305).

 

14. Cass. 5 oktober 1893, Pas. 1894. I. 321 en 328; Cass. 10 februari 1949, Pas. 1949. I. 168; Cass. 7 januari 1952, Pas. 1952. I. 237; Cass. 31 januari 1980, Pas. 1980. I. 622; Cass. 13 februari 1988, RW 1988-89, p. 159. A. Meeus, Faute pénale et faute civile, RGAR 1992, no 11900.

15. Cass. 8 april 1983, Pas. 1983. I. 838, RW 1984-85, p. 673; Cass. 28 september 1988, RCJB 1990, 203; Cass. 18 mei 1990, Pas. 1990. I. 1069. Zie ook Van Gerven, Hoe blauw is het bloed van de prins? (1984), p. 54-57.

16. Cass. 13 mei 1982, Pas. 1982. I. 1056, RW 1984-85, p. 606; zie ook Cass. 4 november 1982, Pas. 1983. I. 297; Cass. 22 februari 1989, Pas. 1989. I. 631.

17. Cornelis, Beginselen van het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht (1989), nr 40; H. Vandenberghe, M. Van Quickenborne en P. Hame­link, Overzicht van rechtspraak (1964-1978), Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad, TPR 1980, p. 1148-1152; Vandenberghe, TPR 1984, p. 128-131.

18. Dalcq en Schamps, RCJB 1995, p. 536. Zie ook Cornelis, Fout en wetsovertreding in het handelsverkeer (1994), p. 34-53.

 

Naar boven    Inhoud      Home