2 FRANKRIJK
2.3.1 Aansprakelijkheid
voor personen (la responsabilité du fait d’autrui)
220 Algemene
risico-aansprakelijkheid voor personen
Bijna een eeuw nadat de Cour de cassation aan
art. 1384 al. 1 CC zelfstandige betekenis gaf door er een bijzondere
aansprakelijkheid voor zaken in te lezen, erkende de cassatierechter op grond
van dezelfde alinea in 1991 een algemene aansprakelijkheid voor personen. Deze
is van toepassing op personen op wie de taak rust om de gedragingen van anderen
al dan niet tijdelijk te organiseren, te leiden en te controleren.
Sinds
de Cour de cassation in 1896 aan art. 1384 al. 1 zelfstandige betekenis gaf (nr. 215:
Rechtsontwikkeling), lag het voor de
hand om uit die alinéa, naast een algemene risico-aansprakelijkheid voor zaken,
ook een algemene risico-aansprakelijkheid voor personen af te leiden.[164] Het
heeft echter nog bijna een eeuw geduurd, tot de Cour de cassation in 1991 die
stap nam in het Blieck-arrest: Ass.
plén. 28 maart 1991 (Blieck), D. 1991. 324,
note Larroumet, JCP 1991. II. 21673.
Joël
Weevauters was toevertrouwd aan een instelling die een centrum voor verstandelijk
gehandicapten beheerde. Hij stak tijdens werkzaamheden, waarbij hij volledige
bewegingsvrijheid genoot, een bos in brand, dat toebehoorde aan Blieck. De Cour de Cassation
oordeeltde '... attendue que l'arrêt relève que le centre géré par
l'association était destiné à recevoir des personnes handicapées mentales,
encadrées dans un milieu protégé, et que Joël Weevauters était soumis à un
régime comportant une totale liberté de circulation dans la journée; qu'en
l'état de ces constatations, d'où il résulte que l'association avait accepté
la charge d'organiser et de contrôler, à titre permanent, le mode de vie de ce
handicapé, la cour d'appel a décidé, à bon droit, qu'elle devait répondre de
celui-ci, au sens de l'article 1384, alinéa 1er, du code civil, et qu'elle
était tenue réparer les dommages qu'il avait causés'.[165]
Met
dit arrest maakte de Cour de cassation een einde aan het limitatieve karakter
van de in art. 1384 al. 4-7 genoemde gevallen en legde hij de basis voor een
algemene aansprakelijkheid voor personen op grond van art. 1384 al. 1. In 1995
gaf de Cour de cassation nadere criteria voor de reikwijdte van deze nieuwe
algemene regeling. Het ging in casu om een speler die een ander tijdens een
wedstrijd had verwond en waarvoor de vereniging aansprakelijkheid werd
gehouden. De cassatierechter overwoog, dat '... les associations sportives ayant
pour mission d'organiser, de diriger et de contrôler l'activité de leurs
membres au cours des compétitions sportives auxquelles ils participent sont
responsable, au sens de l'article 1384, alinéa 1er, du code civil, des
dommages qu'ils causent à cette occasion'.[166]
Deze
uitspraak maakte duidelijk, dat de nieuwe algemene regel niet beperkt is tot de
aansprakelijkheid voor personen met een lichamelijke of geestelijke
tekortkoming maar dat het algemener gaat om de aansprakelijkheid van degenen op
wie de taak rust om de levenswijze van anderen al dan niet tijdelijk te
organiseren, te leiden en te controleren. Naast de bovengenoemde situaties
kan worden gedacht aan kinderdagverblijven, vakantiekolonies en
recreatiecentra.[167]
Voor
wat betreft de grondslag van deze aansprakelijkheid (foutaansprakelijkheid met
omgekeerde bewijslast of risico-aansprakelijkheid) lijkt het er op, dat de Cour
de cassation voor een risico-aansprakelijkheid heeft gekozen. In 1997
oordeelde de cassatierechter dat het bewijs van het ontbreken van een ‘faute’
bij de toezichthouder niet aan aansprakelijkheid in de weg staat.[168]
Vooralsnog lijkt de aansprakelijkheid voor personen op grond van art. 1384 al.
1 slechts te rusten op rechtspersonen en niet op natuurlijke personen, met
uitzondering wellicht van de voogd.[169]
164. Zie reeds René
Savatier, La responsabilité générale du fait des choses que l'on a sous sa
garde a-t-elle pour pendant une responsabilité générale du fait des personnes
dont on doit répondre?, DH 1933, p. 81 e.v. Deze opvatting werd onder andere
afgewezen door Mazeaud-Tunc, Traité de la responsabilité civile (1965), nr. 712
e.v.
165. Ass. plén. 29 maart 1991 (Blieck), D. 1991. 324, note
Ch. Larroumet, JCP 1991. II. 21673.
166. Civ. 2e 22 mei 1995, JCP 1995. II. 22550, note J. Mouly,
JCP 1995. I. 3893, nr. 5 e.v., obs. G. Viney, Gaz. Pal. 1996. 1. 16, obs. F. Chabas, RTC
1995, 899, obs. P. Jourdain. Zie ook
Civ. 25 mei 1995, D. 1996. 453 (gemeentelijke daklozenopvang).
167. Geneviève
Viney, Vers un élargissement de la catégorie des 'personnes dont on doit
répondre', D. 1991, p. 157-161; H. Groutel, La responsabilité du fait d'autrui:
un arrêt (à moitié?) historique?, Resp. civ. et assur. 1991, p. 9 e.v.
Viney-Jourdain, Les conditions de la responsabilité (1998), nr. 789-20.
168. Crim. 26 maart 1997, JCP 1997. II. 22868.
169. Carbonnier,
Les obligations (1998), § 235, p. 407.