2 FRANKRIJK
2.3.1 Aansprakelijkheid
voor zaken (la responsabilité du fait des choses)
In art. 1384 al. 1 CC, dat slechts was bedoeld
als inleiding, las de Cour de cassation al in 1896 een bijzondere
aansprakelijkheid voor zaken. Aanvankelijk was dit een foutaansprakelijkheid
met omgekeerde bewijslast, later werd het een
risico-aansprakelijkheid met slechts een beperkt overmachtverweer.
Hoewel het begrip ‘chose’ iets ruimer is dan
het begrip zaak, zal hier de term 'zaak' als vertaling worden gebruikt, zoals
ook in het Belgische recht gebeurt (nr. 306). Derhalve zal als equivalent van
‘la responsabilité du fait des choses’ worden gesproken over aansprakelijkheid
voor zaken.[97]
Net als in Nederland en
België werd art. 1384 al. 1 aanvankelijk slechts beschouwd als een aankondiging
van de volgende leden: '... dans la pensée de leurs auteurs, ces formules
n'avaient pas de valeur autre qu'annonciatrice des cas particuliers de responsabilité
du fait d'autrui ou du fait des choses prévus aux articles 1384, 1385 et 1386.'
[98] Desondanks gaf de Cour de
cassation in het Teffaine-arrest uit 1896 zelfstandige betekenis aan deze
inleiding.[99] Dat was in dezelfde periode waarin Saleilles en Josserand
voorstelden om de ‘faute’ als grondslag van de persoonlijke aansprakelijkheid
te vervangen door het begrip ‘risque’.[100] De aanleiding voor deze ‘théorie du
risque’ en voor het Teffaine-arrest was de slechte rechtspositie van de
slachtoffers van bedrijfsongevallen. De wetgever reageerde met spoed op het
signaal van de rechtspraak: binnen twee jaar verscheen de wet van 9 april 1898
inzake de vergoeding van schade door bedrijfsongevallen. Thans bestaat in
geval van een bedrijfsongeval of beroepsziekte voor de werknemer op grond van
‘la sécurité sociale’ een recht op een forfaitaire (en derhalve niet volledige)
schadevergoeding.[101] Art. 1384 al. 1 is op die gevallen niet meer van toepassing.
Hoewel de aanleiding voor de uitleg van art.
1384 al. 1 was verdwenen, handhaafde de rechtspraak de nieuwe regel en
ontwikkelde deze tot een algemene risico-aansprakelijkheid, die de art. 1382
en 1383 op het terrein van het ongevallenrecht overvleugelde. Bovendien
absorbeerde art. 1384 al. 1 grotendeels de risico-aansprakelijkheid voor dieren
(art. 1385).[102]
Art. 1386 heeft wel zelfstandige betekenis
behouden; volgens deze bepaling is de eigenaar van een gebouw aansprakelijk
voor de schade die wordt veroorzaakt door de instorting die het gevolg is van
gebrekkig onderhoud of een gebrek in de constructie.[103] Deze bepaling komt
vrijwel overeen met het Nederlandse art. 1405 oud BW.
Aanvankelijk kon aansprakelijkheid uit art.
1384 al. 1 worden afgeweerd door te bewijzen dat er geen sprake was van een
‘faute’. Gaandeweg maakte de rechtspraak dat echter steeds moeilijker. Deze
ontwikkeling leidde in 1930 tot het tweede Jand'heur-arrest: hierin de besliste
de Cour de cassation dat aansprakelijkheid op grond van art. 1384 al. 1 niet
meer kon worden opgeheven door het ontbreken van een ‘faute’ aan te tonen: Ch. réun. 13 februari 1930.[104] De aanleiding voor dit arrest was de wens tot
verbetering van de rechtspositie van verkeersslachtoffers.[105]
Tussen 1982 en 1987 was ingevolge het
geruchtmakende Desmares-arrest in het kader van art. 1384 al. 1 een beroep op
eigen schuld van het slachtoffer alleen mogelijk als dat tevens overmacht
opleverde: Civ. 2e 21 juli 1982 (Desmares).[106] In 1987 herstelde de Cour de cassation zonder
nadere uitleg of toelichting de oude regel en besliste hij dat de ‘gardien de
la chose’ zich weer gedeeltelijk van aansprakelijkheid kon bevrijden door het
aantonen van een ‘faute de la victime’: Civ. 2e 6 april 1987 (Bardeche).[107] Deze laatste koerswijziging was toe te
schrijven aan de loi-Badinter van 5 juli 1985, die een nieuwe regeling voor de
vergoeding van verkeersschade bevatte: nr. 217: Verkeersaansprakelijkheid
(loi Badinter); op dit gebied lag
juist het grootste belang van de Desmares-jurisprudentie.[108] Zoals de wetgever
kort na het Teffaine-arrest van 1896 met een nieuwe regeling voor de vergoeding
van schade door bedrijfsongevallen en beroepsziekten kwam, zo volgde hij dus
het rechterlijke signaal van het Desmares-arrest na korte tijd met een
wettelijke regeling voor de vergoeding van verkeersschade.
De Europese richtlijn
produktenaansprakelijkheid[109] is door Frankrijk als laatste Lid-Staat
geïmplementeerd bij wet van 19 mei 1998 (Loi no. 98-389) in de nieuwe art.
1386-1 tot en met 1386-18 CC.[110]
97. Zie ook Sterk, Verhoogd gevaar in het
aansprakelijkheidsrecht (1994), p. 5-50. Een overzicht van regels van
risico-aansprakelijkheid geven Terré-Simler-Lequette, Les obligations (1996),
nr. 865.
98. Terré-Simler-Lequette, Les
obligations (1996), nr. 715.
99. Civ. 16 juni 1896, S. 97. 1. 17, note Esmein (Teffaine).
100. Saleilles, Les accidents du travail
et la responsabilité civile (1897) en Josserand, La reponsabilité du fait des
choses inanimés (1897).
101.
Terré-Simler-Lequette, Les obligations (1996), nr. 868-886; Viney-Jourdain, Les
conditions de la responsabilité (1998), nr. 628-629.
102. Carbonnier, Les obligations
(1998), § 250, p. 428-430; Viney-Jourdain, Les conditions de la responsabilité
(1998), nr. 632; Terré-Simler-Lequette, Les obligations (1996), nr. 729;
Malaurie-Aynès, Cours de droit civil (1998), nr. 184-186.
103. Viney-Jourdain, Les conditions de
la responsabilité (1998), nr. 633; Terré-Simler-Lequette, Les obligations
(1996), nr. 747-753; Malaurie-Aynès, Cours de droit civil (1998), nr. 180-183;
Carbonnier, Les obligations (1998), § 251, p. 430-433.
104. Cass. réun. 13 februari 1930 (Jand’heur
II), DP 1930. 1. 57, note G. Ripert, S. 1930. 1. 121, note P. Esmein.
Terré-Simler-Lequette, Les obligations (1996), nr. 727.
105. Carbonnier, Les obligations (1998),
§ 255, p. 438; Malaurie-Aynès, Cours de droit civil (1998), nr. 187.
106. Civ. 2e 21 juli 1982 (Desmares), D.
1982. 449, note Larroumet, JCP 1982. II. 19861, note Chabas, RTC 1982, 807,
obs. Durry.
107. Civ. 2e
108. Carbonnier, Les obligations (1998),
§ 258, p. 443-444.
109. Richtlijn 85/374/EEG, PbEG 7 augustus 1985,
L 210/29.
110. Zie onder meer Jacques Ghestin, Le
nouveau titre IV bis du Livre III du Code civil 'De la responsabilité du fait
des produits défectueux, JCP 1998. I. 148.