AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT - C.C. van Dam

________________________________________

 

2        FRANKRIJK

 

2.2    Foutaansprakelijkheid

 

202   Geschiedenis

 

De Code civil uit 1804 vormt nog altijd de kern van het Franse burgerlijk recht. De algemene regel voor de foutaansprakelijkheid in art. 1382 is toen zo open geformuleerd dat deze twee eeuwen later in een volledig veranderde maatschappij nog altijd door de rechtspraak kan worden gebruikt.

 

Het Franse burgerlijk recht vertoonde tot aan het einde van de achttiende eeuw weinig uniformiteit. Weliswaar hadden Domat (1625-1696) en Pothier (1699-1772) fundamentele beschouwingen gewijd aan een gemeenschappelijk Frans recht maar de praktijk bleef vasthouden aan het recht dat gevormd was door de plaatselijke gewoonten. Pas na de Revolutie van 1789 was het centrale gezag sterk genoeg voor het ontwerpen en invoeren van een eenvormig burgerlijk recht. Onder leiding van Napoléon kwam in 1804 de Code civil tot stand, die voortbouwde op de ideeën van Domat en Pothier. Net als de aanhan­gers van het natuurrecht geloofden de ontwerpers van dit wetboek in '... l'existence des règles juridiques valables pour tous les pays et toutes les époques'.[4]

 

Dit geloof in rechtsregels van universele en eeuwigheidswaarde kreeg in de Code civil onder andere vorm in het nu fameuze art. 1382. Deze algemene regel houdt in, dat degene die een ander door een ‘faute’ schade toebrengt, verplicht is om deze schade te vergoeden. Tijdens het voorbereidende werk aan de Code civil bracht Tarrible de bijna onbegrensde reikwijdte van deze algemene regel treffend onder woorden: 'Cette dispositi­on embrasse dans sa vaste latitude tous les genres de dommages, et les assujettit à une réparation uniforme, qui a pour mesure la valeur du préjudice souffert. Depuis l'homici­de jusqu'à la légère blessure, depuis l'incendie d'un édifice jusqu'à la rupture d'un meuble chétif, tout est soumis à la même loi; tout est déclaré susceptible d'une apprécia­tion qui indemnisera la personne lésée des dommages quelconques qu'elle a éprouvés.'[5]

 

Het was vooral de openheid van de termen ‘faute’ (fout) en ‘dommage’ (schade) die bijdroeg aan het ruime toepassingsgebied van art. 1382. Ook in de tijd gezien was de rekbaarheid van de bepaling opmerkelijk: gedurende twee eeuwen is zij elastisch genoeg gebleken om in een volledig veranderde samenleving te blijven functioneren. Mazeaud vond, dat de Fransen zich met deze bepaling gelukkig mochten prijzen: 'Dans l'impossi­bilité où ils étaient de prévoir l'importance que revêtirait le problème, les rédacteurs du Code n'ont posé que quelques règles très brèves, le plus souvent d'allure générale; encore doit-on s'en féliciter, puisque c'est avec elles qu'il faut résoudre les questions les plus modernes.'[6]

 

Aldus bedachten de ontwerpers van de Code civil met art. 1382 een regel die de tijd heeft getrotseerd. Napoléon heeft deze regel in diverse landen ‘en passant’ ingang doen vinden en op dit gebied zijn Waterloo niet gevonden.

 

Het belang van het ‘faute’-begrip als aansprakelijkheidsbeginsel werd in 1982 nog eens bevestigd. De Conseil constitutionnel verklaarde toen een wettelijke regeling ongrondwet­tig, waarin werknemers en vakbonden volledig werden gevrijwaard van aansprakelijkheid voor schade die werd toegebracht bij de uitoefening van stakings- of van vakbondsrech­ten. Met een verwijzing naar art. 4 van de Déclaration van 1789 ('la liberté consiste à pouvoir faire tout ce qui ne nuit pas à autrui': vrijheid is alles te kunnen wat de ander niet hindert) overwoog het hof dat '... le droit français ne comporte en aucune matière de régime soustrayant à toute réparation les dommages résultant des fautes civiles imputa­bles à des personnes physiques ou morales de droit privé, quelle que soit la gravité de cette faute': Cons. const. 22 oktober 1982 [7] Met andere woorden: de maatschappelij­ke verplichting om zich zorgvuldig te gedragen kon niet door de wet opzij worden gezet (zie voor een soortgelijke uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens nr. 608: Mensenrechten).

 

4. Viney, Introduction à la responsabilité (1995), nr. 14.

5. Tarrible, Séance du 16 pluviôse an XII, in: Le Baron Locré, La législation civile, commerciale et criminelle de la France (1828), p. 58, nr. 19.

6. Mazeaud-Tunc, Traité de la responsabilité civile (1965), nr. 16.

7. Cons. const. 22 oktober 1982, D. 1983. 189, note F. Luchaire, Gaz. Pal. 1983. 1. 60, obs. F. Chabas. Zie Terré-Simler-Lequette, Les obligations (1996), nr. 664.

 

Naar boven    Inhoud      Home