AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT - C.C. van Dam

________________________________________

 

COLUMN

 

Weg met de ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’!

 

In de rechtspraak komt het nogal eens voor dat aansprakelijkheid wordt afgewezen met de motivering dat er sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden (verder ook: osvo). Het is de bedoeling van deze column dat het voortaan afgelopen is met het osvo-gebruik en dat de rechter zegt waar het op aan komt.

 

De kwalificatie ‘ongelukkige samenloop van omstandigheden’ is nietszeggend. De meeste ongelukken zijn immers het resultaat van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, of het nu om een huis-, tuin- en keukenongeval gaat, of om een vuurwerkramp in Enschede. Osvo is dus geen criteri­um maar hooguit een conclu­sie nadat is vastgesteld dat er niet onrechtmatig is gehan­deld. Je kunt de redenering ook niet omkeren want het is niet zo dat een osvo geen onrechtmatige daad kan opleveren. In veel arresten is immers ook een uiterst ongelukkige samenloop van omstandigheden voor de Hoge Raad geen beletsel om tot aansprakelijkheid te concluderen.

 

Een andere bedenking tegen de osvo-terminologie is dat ze de rechtspraak en AVP-verzekeraars een nieuw middel in handen geven om vorderingen (te) eenvoudig af te wijzen. In zoverre ligt osvo op hetzelfde niveau als risico-aanvaarding. Die term heeft de Hoge Raad echter in het Natrap-arrest in de ban gedaan (HR 28 juni 1991, NJ 1992, 622, VR 1992, 34). In de osvo hebben AVP-verzekeraars een vervanger gevonden voor de uit het veld gestuurde ‘risico-aanvaarding’. Het moge echter duidelijk zijn dat een louter osvo-verweer geen hout snijdt en dus niet behoeft te worden geaccepteerd.

 

Osvo leidt de aandacht af van de kernvraag, namelijk: handelde iemand voldoende zorgvuldig of nam hij meer risico dan redelijker­wijs verant­woord was? Daar gaat het om. Is het antwoord bevestigend, dan is er sprake van onrechtmatig handelen. Is het antwoord ontkennend, dan is er geen sprake van onrechtmatig handelen. Punt. Osvo of geen osvo.

 

De narigheid met osvo begon in het Schouderduw-arrest (HR 20 juni 1986, NJ 1986, 780). De terminologie werd ook gebruikt in het Bushalte-arrest (HR 11 december 1987, NJ 1988, 393, VR 1988, 77) en het Tennisbal-arrest (HR 19 oktober 1990, NJ 1992, 621, VR 1991, 21). En het gebeurde in 2000 opnieuw in het Verhuizing-arrest (HR 12 mei 2000, J@ 2000-56, NJ 2001, 300, VR 2001, 77).

 

Wendy hielp haar zus Monique bij het versjouwen van twee kasten (180 cm hoog, 60 cm breed) uit een kelderberging naar een woning op de tweede verdieping. Bij de tweede kast ging het mis. Monique verloor haar evenwicht bij het uitvoeren van een horizontale draaimanoeuvre en duwde in reactie daarop de kast in de richting van Wendy die bovenaan de trap de deur naar het appartement open hield. Als gevolg van deze manoeuvre raakte Wendy met haar arm bekneld en liep zij letsel op, dat er uiteindelijk toe leidde dat haar onderarm moest worden geamputeerd. De Hoge Raad overwoog dat de feitelijke toedracht van het ongeval geen andere gevolgtrekking toeliet, dan dat hier sprake was van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.

 

Volgens de Hoge Raad is het letsel geheel toe te schrijven aan de ongelukkige gang van zaken bij een verhuizing waarbij Monique en Wendy een kast moesten verplaatsen en deze kast, nadat zij even daarvoor een andere - soortgelijke - kast zonder ongelukken hadden verplaatst, onverwacht uit de handen van Monique is geglipt. Hierin ligt de suggestie besloten dat, nu het met de eerste kast goed was gegaan, niet te verwachten was dat het met de tweede niet zou lukken. We zullen er maar van uit gaan dat de Hoge Raad niet bedoeld heeft dat als je één keer een kast van 30 kilo hebt getild, je de hele dag zonder problemen kunt doorgaan met het tillen van kasten van 30 kilo.

 

Waarom leverde hier het enkele verdiepingen naar boven sjouwen van twee manshoge kasten van 60 bij 180 cm niet te veel risico op? Wat heeft de Hoge Raad zitten bedenken zonder ons daar deelgenoot van te maken? Diverse opties dienen zich aan:

 

Wilde de Hoge Raad een duidelijk signaal afgeven dat het aansprakelijkheidsrecht zijn grenzen kent, dat het ‘niet te gek moet worden’ en dat het maar eens afgelopen moet zijn met de claimcultuur? Aan de borreltafel doet een dergelijk verhaal het goed, maar de Hoge Raad raadkamert natuurlijk niet aan de borreltafel.

 

Wilde de Hoge Raad de norm niet te hoog stellen, omdat het hier ging om aansprakelijkheid in familieverband? De gedachte zou dan zijn, dat mensen in hun privé-leven en in hun vriendschappelijke relaties niet te zeer belast moeten worden door de dreiging van aansprakelijkheidsclaims. Deze redenering impliceert, dat men ten opzichte van familie en vrienden meer risico’s zou mogen nemen dan ten opzichte van vreemden. Anders gezegd: men zou met natronloog voorzichtiger moeten zijn ten opzichte van de vuilnisman dan ten opzichte van zijn kinderen. En Monique zou jegens een voorbijganger in het trappenhuis voorzichtiger moeten zijn dan jegens haar zus. Het is echter vaste rechtspraak dat de zorgvuldigheidsnorm ten opzichte van familie of vrienden niet lager ligt dan ten opzichte van anderen (Van Dam, Aansprakelijkheidsrecht, nr. 1505).

 

Misschien is het zo dat de Hoge Raad een onderscheid maakt tussen ongelukken die niet en ongelukken die wel samenhangen met de risico’s van de moderne samenleving. Bij gedragingen die nauw samenhangen met de technische en industriële ontwikkelingen van de laatste twee eeuwen slijpt de Hoge Raad de zorgvuldigheidsnorm niet zelden vlijmscherp. Wie als autobestuurder een moment niet oplet, is voor de veroorzaakte schade aansprakelijk, ook al is dit het gevolg van een ongelukkige samenloop van omstandigheden. Het valt op dat de Hoge Raad de osvo-terminologie juist gebruikt bij klassieke ongevallen, die ook meer dan tweehonderd jaar geleden hadden kunnen zijn gebeurd. Als de Hoge Raad deze gedachte volgt, is dat geen wenselijke gang van zaken. Bij de vraag of er teveel risico is genomen, moet het gaan om de omvang van het feitelijke risico, of dat nu modern of klassiek is. Wel zal een klassiek risico in het algemeen kleiner zijn dan een modern risico. Maar het sjouwen van manshoge kasten door een trappenhuis creëert een reëel risico.

 

Vond de Hoge Raad wellicht dat Wendy de schade aan zichzelf te wijten had? Had zij het risico dat er iets mis zou gaan aanvaard, door haar zus te helpen bij het verhuizen? Dit kan de Hoge Raad niet hebben gedacht want risico-aanvaarding is immers afgeschaft.

 

Wat hiervan ook zij, volgens de Hoge Raad maakte de gedraging van Monique een ongeval als het onderhavige niet onder alle omstandigheden zodanig waarschijnlijk dat de gedraging van Monique onrechtmatig was. Dat lijkt me nogal sterk. Wie een kast van 180 bij 60 cm een duw geeft, creëert onmiskenbaar het risico dat iemand die zich daarachter bevindt op enigerlei wijze gewond raakt. De feiten laten geen andere conclusie toe, dan dat Monique aan een activiteit is begonnen die haar capaciteiten te boven ging. Daar is niets negatiefs mee bedoeld: ik zou er zelf ook niet aan beginnen om twee manshoge kasten een aantal verdiepingen door een trappenhuis te zeulen. Nee, ook niet met mijn broer.

 

Het voorgaande behoeft niemand ervan te weerhouden om verhuisactiviteiten te verrichten. Als zodanig zijn die niet onrechtmatig. Maar wanneer de activiteiten iemands capaciteiten te boven (blijken te) gaan, is er sprake van onrechtmatigheid. Veelal zal het dan gaan om een inschattingsfout die iedereen kan overkomen. En inschattingsfouten kunnen beter niet worden gebagatelliseerd want een beetje meer bewustheid van veiligheidsrisico’s is in Nederland geen overbodige luxe. Maar je hoeft niet wakker te liggen van de financiële gevolgen als het mis gaat, want voor die inschattingsfouten heb je nu juist een AVP. Je kan beter een keer wakker liggen van de veiligheidsrisico’s die je voor anderen en voor jezelf creëert.

 

Home