COLUMN
Schade door zinloos geweld toch gedekt op de AVP-polis
Twee jaar geleden
wees de Hoge Raad het arrest Aegon/Van der Linden (HR 6 november 1998, NJ 1999,
220, nt. MMM, VR 1999, 62) over de uitleg van de opzetclausule in de
aansprakelijkheidsverzekering. Wat heeft dit arrest te maken met (zinloos)
geweld en met het Schadefonds Geweldsmisdrijven? Dat is een vraag die de meeste
rechtenstudenten eenvoudig kunnen beantwoorden. De Minister van Justitie heeft
echter met het vinden van het juiste antwoord nog steeds moeite.
Waar ging het ook al weer om? Bij een
vechtpartij in een café werd Van der Linden door Gevers ernstig mishandeld en
onder meer half blind geslagen. Moest de AVP-verzekeraar van Gevers dekking
geven of kon hij zich op de opzetclausule beroepen? Die clausule luidde:
‘Uitgesloten is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor de schade die voor
hem het beoogde of zekere gevolg is van zijn handelen of nalaten (…)’. De
gebruikelijke uitleg van deze clausule hield in, dat opzet gericht moest zijn
op de schade en niet op de gedraging. Als iemand een ander hard in het gezicht
stompte met de bedoeling hem pijn te doen, was de aansprakelijkheid voor de
beoogde schade (pijn, littekens) niet gedekt maar schade die buiten de lijn der
verwachting lag (verlies gezichtsvermogen) wel; vgl. Mendel VR 1994, p. 1 e.v.
Voor slachtoffers van geweld was deze uitleg relatief gunstig.
Maar de Hoge Raad
vond deze uitleg nog te ruim. Volgens hem had de opzetclausule geen verdere
strekking ‘dan van de dekking uit te sluiten de aansprakelijkheid van een
verzekerde die het in feite toegebrachte letsel heeft beoogd of zich ervan
bewust was dat dit letsel het gevolg van zijn handelen zou zijn’. Hiermee werd
een beroep van de verzekeraar op de opzetclausule zeer moeilijk. Stel: iemand
schiet van buiten door de deur van een discotheek. Daardoor raakt binnen iemand
dodelijk gewond. Als de schutter verklaart dat hij dat gevolg niet beoogde,
omdat hij dacht dat de deur kogeldicht was (hij wilde alleen ‘wat lawaai’
maken) kan zijn AVP-verzekeraar zich niet op de opzetclausule beroepen en zal
hij moeten uitkeren.
Het arrest vormde de
ultieme bevestiging van de tendens dat de aansprakelijkheidsverzekering niet
alleen de dader maar ook en vooral het slachtoffer dient te beschermen. Door
dit arrest werd de meeste schade door geweld immers gedekt door de
AVP-verzekeraar van de dader. Helaas hielp het arrest de slachtoffers slechts
van de wal in de sloot. De verzekeraars hebben namelijk een ruimere
opzetclausule ontworpen. Het is niet duidelijk of de Hoge Raad ‘zich ervan
bewust was dat dit het gevolg van zijn arrest zou zijn’.
Je zou zeggen dat de
verzekeraars de nieuwe opzetclausule zo zouden formuleren, dat opzettelijk
toegebrachte schade die buiten de lijn der verwachting lag onder de dekking zou
blijven vallen. Maar dat is niet gebeurd. De verzekeraars hebben van de
gelegenheid gebruik gemaakt de opzet-dekking aanzienlijk terug te schroeven ten
koste van veroorzakers en benadeelden. Het belangrijkste deel van de nieuwe
opzetclausule luidt: ‘Niet gedekt is de aansprakelijkheid van een verzekerde
voor schade veroorzaakt door en/of voortvloeiende uit opzettelijk en tegen een
persoon of zaak gericht wederrechtelijk handelen of nalaten.’
De bedoeling van de
verzekeraars is om met deze clausule crimineel veroorzaakte schade van de
dekking uit te sluiten. In algemene zin is dat een te respecteren standpunt.
Voorzover de clausule al duidelijk is, lijkt zij echter veel verder te gaan:
niet iedere opzettelijke schadeveroorzaking is immers crimineel van aard. Dat
betekent dat de verzekeraar ook in meer onschuldige gevallen geen dekking zal
verlenen. Te denken valt aan de judoka die na een stopsignaal van de
scheidsrechter nog een worp inzet, waardoor zijn tegenstander gewond raakt. Dit
is opzettelijk tegen een persoon gericht wederrechtelijk handelen (vgl. HR 11
november 1994, NJ 1996, 376, nt. CJHB, VR 1996, 1995, 97) en dus is er geen
dekking. Is dat de bedoeling? Zie voor
andere voorbeelden Frenk, NbBW 2000, p. 90-92.
De verzekeraars
beseffen dat over de interpretatie van de clausule discussie mogelijk is maar
vinden dat het aan verzekeraars is om de clausule redelijk toe te passen (vgl.
Tolman, NbBW 2000, p. 127). Verzekeraars zullen echter nog heel wat moeten
oefenen op redelijkheid voordat een mens daarop z’n vertrouwen kan stellen.
Vindt de Minister van Justitie hier iets van?
Jazeker, de minister vindt zelfs twee dingen: enerzijds vindt hij het nadeel
van de nieuwe opzetclausule ‘dat de slachtoffers van (…) geweld ook in alle
gevallen van schadevergoeding verstoken blijven indien de dader geen verhaal
biedt (behoudens een beroep op het Schadefonds Gewelds-misdrijven). Daarentegen
heb ik ook begrip voor het standpunt van verzekeraars dat zij er weing voor
voelen op te draaien voor de gevolgen van crimineel gedrag.’ De minister heeft
dus begrip voor slachtoffers èn verzekeraars en gaat over tot de orde van de
dag. Dat is het. Het past naadloos in de Nederlandse politieke traditie waarin
het zaliger is om iets te vinden dan om iets te doen.
Zo blijft het slachtoffer van geweld wel
geweldig in de kou staan. Als de minister werkelijk begaan is met hun lot zou
hij verzekeraars kunnen verplichten hun opzetclausules aan te passen,
bijvoorbeeld in het kader van het nieuwe verzekeringsrecht (titel 7.17). Maar
de minister wil zich niet bemoeien met de dekkingsomvang van de niet-verplichte
aansprakelijkheidsverzekeringen (Kamerstukken II, 1999-2000, 26 494, nr. 3, p.
3).
De minister houdt de verzekeraars dus uit de
wind. Dat kan. Maar dan moet hij de oplossing voor de versterking van de
positie van slachtoffers van geweld in eigen boezem zoeken: in het Schadefonds
Geweldsmisdrijven. Niet alleen voor de slachtoffers van de nieuwe opzetclausule
maar ook voor andere slachtoffers van geweld is het Schadefonds veelal de enige
mogelijkheid voor schadevergoeding. De tegemoetkomingen uit dit fonds stellen
echter weinig voor: de uitkering bedraagt maximaal ¦ 50.000,- voor
materiële schade en ¦ 20.000,- voor immateriële schade. Bovendien moet de schade het
directe gevolg zijn van ernstig lichamelijk of geestelijk letsel (art. 3 Wet
Schadefonds Geweldsmisdrijven). Is daarvan sprake, dan staan de uitkeringen
veelal in geen verhouding tot de werkelijke schade. Het Schadefonds is ook een
niemendalletje op de Justitiebegroting: in 1999 keerde het fonds ¦ 9,5 mln uit,
dat is gemiddeld ¦ 5.700 per slachtoffer (Jaarverslag Schadefonds Geweldsmisdrijven
1999, A.6).
Terwijl de politiek grote woorden wijdt aan het
terugdringen van (zinloos) geweld en de opvang van slachtoffers is verbeterd,
niet in de laatste plaats door de inzet van Slachtofferhulp Nederland, blijft
een stil verdriet dat slachtoffers de schade die niet door eigen verzekering is
gedekt in dit beschaafde land veelal zelf moeten dragen. Het is voor overheid
en aansprakelijkheidsverzekeraars hoog tijd om tot een regeling te komen die
(a) slachtoffers van geweld niet tussen de wal van het Schadefonds en het schip
van de AVP laat vallen en (b) leidt tot een redelijker tegemoetkoming in de
geleden schade. De minister zou daarvoor op zijn begroting geld kunnen
vrijmaken maar ook valt te denken aan een opslag op de AVP- en AVB-premies om
het Schadefonds Geweldsmisdrijven van middelen te voorzien. Zo zou een parallel
kunnen worden getrokken met de WAM-premies die een toeslag bevatten ten behoeve
van het Waarborgfonds, dat deels het vangnet is voor slachtoffers van zinloos
geweld in het verkeer.
Verzekeraar Stad Rotterdam heeft naar
aanleiding van het advies van het Verbond van Verzekeraars de opzetclausule in
zijn AVP-verzekering aangepast. Maar daar bleef het niet bij. Want een
AVP-verzekerde van Stad Rotterdam komt in aanmerking voor een aanvullende
dekking indien hij als gevolg van opzet van een derde ernstig letsel oploopt en
een uitkering ontvangt van het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Hierdoor biedt de
nieuwe AVP niet alleen dekking voor de schade van derden maar ook voor de
opzettelijk door een derde toegebrachte schade van de verzekerde zelf
(Verzekeringsblad 2001, p. 27). Voor de ernstigste slachtoffers van geweld
biedt de particuliere verzekeringsmarkt nu dus een extra dekking op de
AVP-polis. Dat is een stap in de goede richting. Waar leidt dat uiteindelijk
toe? Tot een aanvullende dekking op de AVP voor alle schade die iemand door
toedoen van een niet-verzekerde derde lijdt.